|
Kenmerken : De kwak wordt 61 cm lang en lijkt op een kleine reiger met een dikke hals. Hij heeft een gedrongen postuur en vrij korte poten. De bovenkop en de rug zijn zwartgroen van kleur en in de acherhals heeft hij een paar witte sierveren. De vleugels en de staart van de kwak zijn grauw. De onderzijde is wit.
Habitat : De kwak is een nachtvogel. Hij leeft vooral in beboste moerassen en riviermondingen.
Voedsel : Het voedsel van de kwak bestaat uit zoetwatervissen, kikkers, insecten, larven, salamanders en zoetwaterslakken. Soms eet de kwak ook muizen.
Broeden : De kwak broedt in kolonies samen met andere reigersoorten. Buiten de broedtijd leeft hij graag solitair. In Nederland broedt hij in de Biesbosch. Het nest van de kwak wordt gebouwd op de onderste takken van bomen, in struiken of in het riet. Soms ook in knotwilgen. Het kleine, platte nest van de kwak wordt gemaakt van takjes en gevoerd met bladeren. Er worden 4 eieren in gelegd, die bleek groenblauw en onbevlekt zijn.
|
|