|
Kenmerken : De boomklever is een kleine zangvogel die zicht schokkerig langs de boomstammen verplaatst, zonder op zijn staart te steunen. Hij kruipt naar beneden met de kop omlaag. De rug, de bovenkant van de kop en de vleugels zijn grijsblauw. De keel en de wangen zijn wit. In Noord-Europa leeft een type met een witte buik en een witte onderkant van de vleugels. In West- en Zuid-Europa komt ook een type voor waarbij deze delen oranje zijn. Boomklevers verdedigen hun territorium tegen andere paartjes en worden tot 14cm groot.
Habitat : De boomklever komt alleen in de bossen van Europa en Klein-Azië voor. Het zijn evenals de mezen trouwe bezoekers van de voedertafels. Een paartje boomklevers blijft meestal hun leven lang samen.
Voedsel : Pitten en noten klemt de boomklever in de spleten van de schors vast om ze dan stuk te maken.
Broeden : Het vlieggat van hun nest wordt zo ver mogelijk dichtgemaakt, zodat grote vogels er niet door kunnen. De boomklever legt gemiddeld 6 tot 8 witte eieren met roodbruine stipjes, die alleen door het wijfje worden bebroed. Het mannetje helpt echter wel de jongen voeden, als deze na 15 tot 18 dagen uit het ei komen. Als ze 3 weken oud zijn, vliegen de jongen uit.
|
|